Costa de la Luz, kust van het licht. Deze benaming wordt gebruikt voor het gedeelte van de Zuid-Spaanse kust dat zich uitstrekt van Tarifa tot Ayamonte, waar Spanje door de rivier Guadiana van de Portugese Algarve wordt gescheiden. Dat dit inderdaad de perfecte benaming is, wordt al snel duidelijk bij het zien van het doordringende licht, dat de witbeschilderde huizen en de stranden laat schitteren tot laat op de dag.
De Costa de la Luz bestaat uit 2 delen, nl. de provincie Cádiz, ten oosten van de rivier Guadalquivir en de provincie Huelva, ten westen van de rivier. Er is geen rechtstreekse verbinding tussen de twee delen, omdat het natuurgebied Donaña Park ertussen ligt, dus om van het ene deel naar het andere te komen is een rit via Sevilla noodzakelijk.
In het oosten ligt de indrukwekkende stad Cádiz, waarvan wordt gezegd dat het de oudste nederzetting op het Iberisch schiereiland en waarschijnlijk van de westerse wereld is. Enkele 18e-eeuwse vestingmuren staan hier nog overeind en daarbinnen is er een schat aan monumenten, waaronder de kathedraal. Verder zijn er fraaie promenades en parken die deze stad een bezoekje waard maken.
Daarnaast zijn er natuurlijk kleinere stadjes en vissersdorpjes, die tot badplaatsen zijn uitgegroeid. Een voorbeeld daarvan is Conil de la Frontera. Hier is een groot aanbod van goedkopere accommodaties en door de aanwezigheid van diverse barretjes is het vooral bij jongeren een populaire plaats. Het landschap is glooiend en groen en wie goed oplet, kan zien dat het land nog op traditionele wijze bewerkt wordt, vaak zelfs met behulp van muilezels. Karakteristiek zijn ook de beroemde wijngaarden bij Jerez de la Frontera, waar van de druiven sherry gemaakt wordt.

In El Puerto de Santa María, nabij Jerez, zijn diverse sherrybodega‘s in het gezellige centrum. Daarnaast staat de plaats bekend om zijn restaurants, die verrukkelijke vis, schaal- en schelpdieren serveren; alleen op culinair gebied is dit plaatsje dus al een must! Opvallend hier is hotel Monasterio San Miguel, dat oorspronkelijk een klooster was, gebouwd in de 18e eeuw. Ondanks verschillende renovaties doet het gebouw, zowel aan de binnen- als aan de buitenkant, herinneren aan de kloostertijd.
In het westen van de Costa de la Luz zijn ook verschillende badplaatsen, waarvan een aantal nog in ontwikkeling is, zoals bijvoorbeeld Islantilla. Buiten het kleine centrum zijn vnl. luxere hotels en appartementengebouwen. Een groot deel van de appartementen is privébezit van Spanjaarden. Verder is er het sfeervolle stadje Ayamonte, waar de visserij de belangrijkste inkomstenbron is. Naast een kleine haven is hier een sfeervol pleintje, aangekleed met bankjes, palmen en een fonteintje. In het centrum zijn autovrije straatjes, winkeltjes en o.a. een aantal koffiebars.

Vooral in het weekend en in het hoogseizoen wordt de Costa de la Luz veel bezocht door de Spanjaarden zelf. Buiten de hotels is het dan ook wat lastiger om in een andere taal dan het Spaans te communiceren, maar uit eigen ervaring weet ik dat je met veel gebaren toch een eind kunt komen! Ook wordt de streek veel aangedaan door golfliefhebbers, vanwege het relatief grote aantal golfbanen. De lokale bevolking is trots op het culinaire aanbod in de regio en men schroomt dan ook niet om zowel het vlees en de vis, als de groente en het fruit uit de streek aan te prijzen.
Het is zeker de moeite waard om tijdens de vakantie eens vroeg op te staan om de vissers, die al vroeg met hun vissersbootjes uitvaren, druk in de weer te zien. En natuurlijk is een vakantie aan deze kust niet compleet zonder een bezoek aan Sevilla, de voornaamste stad van de streek, met veel indrukwekkende monumenten, pleinen en parken.
Bestemmingsinformatie
|
Facebook applicatie YourTravelSearch
| ||||||||





